Development

De basis van websites bouwen

Datum: 16 november 2017

Domeinnamen, plug-ins, hosting en programmeertalen. Allemaal zijn ze nodig om een website te kunnen bouwen, maar wat betekenen deze begrippen nu precies en waarvoor dienen ze? Onze developers nemen je mee in hun wereld en leggen uit wat er allemaal nodig is voor een website!

Geen enkele organisatie kan tegenwoordig nog zonder een website. Sterker nog, een website is bij uitstek dé plek waar consumenten informatie over een bedrijf, haar producten of diensten vergaren. Vanzelfsprekend is het hebben van een gebruiksvriendelijke, informatieve en aantrekkelijke website dus van groot belang. Daarnaast draagt een professionele website ook bij aan de uitstraling van je bedrijf en daarmee aan het imago dat potentiële klanten vormen van jouw bedrijf. Maar wat heb je nu allemaal nodig voor het bouwen van een website?

Domeinnaam

Om een website te kunnen bouwen heb je als eerste een domeinnaam nodig. Een domeinnaam is hetgeen dat een bezoeker intypt in zijn of haar browser om bij een website te komen. Deze domeinnaam is altijd opgebouwd uit een naam en een extensie, bijvoorbeeld; ‘appartmedia.nl’. Hierin is ‘appartmedia’ de naam en ‘.nl’ de extensie. De naam kan zelf gekozen worden en de extensies zijn vastgesteld. Deze extensies komen in twee smaken, namelijk generieke extensies (.com, .io, .org) en geografische extensies (.nl, .de, .fr). Als een combinatie van de naam en de extensie uniek is kun je dit vastleggen en je website hier naar toe laten verwijzen.

Hosting

Nadat je een domeinnaam geregistreerd hebt moet je website ook ergens opgeslagen worden. Dit noemen we hosting. Vergelijk het met het bouwen van een huis; voordat je een huis kan bouwen heb je een stuk grond nodig om op te kunnen bouwen. Dit is met een website hetzelfde; om een website te kunnen bezoeken moet deze op een ruimte op het internet staan. Deze ruimte is vaak een plek op een server. Dit is als het ware een snelle en krachtige computer met veel opslagcapaciteit waar meerdere websites opgeslagen worden. Elke website staat dan op een specifieke plaats op deze server, welke weer gekoppeld is aan de domeinnaam. Door de domeinnaam in te typen in je browser wordt er doorverwezen naar de betreffende plaats op de server.

Frameworks VS programmeertalen

Om de gebruikers iets te laten zien wanneer ze naar jouw website gaan moet een website geprogrammeerd zijn. Dit kan op verschillende manieren. Zo zijn er standaard frameworks, zoals Wordpress, die je kunt gebruiken voor het bouwen van een website. Middels zo’n framework kun je een vooropgezette template voor een website kopen, welke je daarna zelf in kunt vullen. Voor het gebruiken van een framework zijn zowel pluspunten als minpunten te noemen. Zo is het makkelijk te beheren, ook voor niet-developers, en kun je relatief makkelijk aanpassingen doorvoeren. Daar staat wel tegenover dat Wordpress gevoelig is voor beveilingslekken en daarnaast voor bijna alle opties gebruikt maakt van plug-ins, welke de website weer langzamer maken. In feite kun je Wordpress zien als een kant-en-klaar startpakket; ideaal wanneer je zelf een simpele website wilt maken en beheren.

Een andere optie is om te kiezen voor verschillende programmeertalen voor diverse doeleinden in plaats van een alles-in-één programma. Wanneer je voor aparte programmeertalen kiest geeft dit je de mogelijk om efficiënter te kunnen werken. Daarnaast biedt het gebruik van verschillende losse programmeertalen je veel meer mogelijkheden om specifieke wensen, maatwerk dus, te verwerken in de website. Echter zit er ook een minpunt aan het gebruik van verschillende programmeertalen. Het gebruik van deze losse talen vereist uitgebreide programmeerkennis en wordt daarom, in tegenstelling tot Wordpress, voornamelijk gebruikt door professionele developers.

Twee voorbeelden van deze losse programmeertalen zijn HTML en CSS. HTML zorgt voor de structuur van de pagina’s en CSS zorgt voor de styling.  Om dit te verduidelijken laten we een voorbeeld zien van zowel HTML als CSS;

Voorbeeld HTML:


<html>
    <head>
        <title>Hier de titel die in het tabblad van je browser wordt getoond</title>
    </head>

    <body>
        <p>
            Dit is een paragraaf met tekst die je op de website zelf te zien krijgt
        </p>
    </body>
</html>

Voorbeeld CSS:


    p {
        font-family: Arial, sans-serif;
        color: #0000FF;
        font-size: 16px;
    }

In dit voorbeeld wordt de tekst in de paragraaf het lettertype Arial, krijgt het een blauwe kleur en een grootte van 16 pixels.

Deze twee talen vormen de basis die je nodig hebt om een website te kunnen tonen. En dan is er nog Javascript; dit wordt vooral gebruikt om elementen te laten bewegen en de website interactiever te maken.

Backend VS frontend

Wanneer je als bedrijf een contactformulier op je website wilt plaatsen zodat bezoekers hun gegevens/vraag achter kunnen laten, heb je nog een extra codetaal binnen je website nodig. Deze codetaal, bijvoorbeeld PHP, wordt ook wel backend taal genoemd. PHP wordt uitgevoerd aan de kant van de server (de backend, vandaar een backend taal), terwijl HTML, CSS en Javascript (welke onder de noemer front-end vallen) aan de kant van de gebruiker worden uitgevoerd (in de browser dus). Met PHP kun je bijvoorbeeld een contactformulier dat je met HTML en CSS heb opgebouwd versturen naar een specifiek emailadres.

Om een sterke, gebruiksvriendelijke en aantrekkelijke website te bouwen is dus vaak meer nodig dan je in eerste instantie zou denken. Buiten de basale onderdelen die hierboven genoemd zijn moet je bijvoorbeeld ook nog rekening houden met de veiligheid van je website. En wat dacht je van een content-beheer systeem? De mogelijkheden bij het bouwen van een website zijn eindeloos. Tip: Laat je altijd goed adviseren door een professional over wat het beste bij jouw wensen past! Ben je benieuwd wat wij voor jou kunnen betekenen? Neem dan nu contact met ons op